De treinreis naar Berlijn duurt lang, maar de reistijd verbeteren blijkt erg lastig. Volgens Bert van Wee, hoogleraar transportbeleid aan de TU Delft, hebben alle gemeenten wel de wil om de reistijd te verbeteren, maar willen ze niet dat de trein daardoor hun station voorbij rijdt.

De route naar Berlijn kent maar liefst zes stops in Nederland. Na de locomotiefwissel in Bad Bentheim vervolgt de trein zijn reis richting Berlijn, langs nog eens tien stations in Duitsland. Dit zorgt voor een reistijd van meer dan zes uur. Kees van Goeverden onderzoekt reisgedrag aan de TU Delft en ziet dat er veel tijd verloren gaat door iedere keer weer op een station te stoppen voordat je de grens over gaat. Als de trein dus echt sneller moet, dan zullen een aantal stations moeten worden overgeslagen. Volgens hem was de rit vroeger een stuk sneller. “Nu laten ze de trein stoppen bij elk intercitystation. Vroeger reden ze vanaf Amersfoort non-stop naar Hengelo. Zo sloegen ze een heel aantal stations over en ging het twintig keer sneller”, legt hij uit.

Dat de trein nu bij elk station stopt is sinds 2007. Toen werd de treindienst geïntegreerd in het binnenlandse intercitynetwerk als een bezuinigingsmaatregel van de NS, waardoor er minder binnenlandse Intercity’s konden rijden. De trein verving hiermee per vier uur de binnenlandse intercity. Dit is in 2009 uitgebreid naar een twee-uurdienst.

De huidige treinverbinding Amsterdam-Berlijn is dus een verknoping van de nationale lijn Amsterdam-Hengelo en Bad Bentheim-Berlijn. “Ze hebben zeg maar twee nationale treinen heel slim aan elkaar geknoopt, maar dat houdt wel in dat je de tussenliggende stations ook iets aandoet als je ze overslaat”, legt wethouder Gerard Gerrits (Hengelo) uit. Dat is volgens tweede kamerlid Suzanne Kröger (GroenLinks) precies waar het probleem ligt. “Duitse en Nederlandse steden moeten sowieso goed bereikbaar zijn met de trein, maar nu zitten er twee rollen op één treinlijn. Hierdoor duurt de reis heel lang.”

"ALS STATION APELDOORN OVERGESLAGEN WORDT, PAK IK

HET VLIEGTUIG NAAR BERLIJN"

- WETHOUDER MOBILITEIT APELDOORN WIM WILLEMS

Dat de trein richting Berlijn zo traag is, daar wil het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat nu wat aan doen. Volgens een QuickScan, uitgevoerd in opdracht van het ministerie, is het doel om op korte/middellange termijn (2021-2030) 15 tot 45 minuten te winnen en op lange termijn na 2030 meer dan een uur tijdwinst te halen. Uiteindelijk moet de reistijd daarmee minder dan vijf uur worden. Dit houdt wel in dat er grote infrastructurele maatregelen getroffen moeten worden, maar op korte termijn is dit niet haalbaar.

Meerdere onderzoeken en rapporten geven aan dat het overslaan van stations goed kan helpen om de reistijd te doen verminderen, maar gemeenten zien hun stations niet graag verdwijnen. Zo trok gemeente Apeldoorn meteen aan de bel toen er werd onderzocht om hun stop te schrappen. Voor wethouder Wim Willems (Apeldoorn) is het dan niet meer aantrekkelijk voor hem om met de trein naar Berlijn te gaan. “Dan moet ik eerst een uur naar Hengelo of Amsterdam reizen om over te stappen en dan gaat vliegen echt veel sneller. Effectief willen we juist bereiken dat de trein beter werkt dan het vliegen.”

De Gemeente Apeldoorn wil zijn stop dus niet kwijtraken. Wel is Willems net als de wethouders van Amsterdam, Hilversum, Amersfoort, Deventer en Hengelo, een voorstander van een snellere Berlijntrein. “Ik wil dan in ieder geval voor de huidige route pleiten”, vertelt de wethouder, “zodat de regio midden in Nederland tenminste bereikbaar blijft.” Volgens hem is station Apeldoorn de perfecte plek voor een grote overstapplaats waar verschillende soorten mobiliteit samenkomen, zoals we dat momenteel op Schiphol kennen, maar dan voor de trein. “Deze regio ligt op de kruising van de snelwegen A1-A50. Als we die automobilisten op een goede manier kunnen faciliteren door makkelijk te kunnen parkeren en dan gebruik te maken van de Berlijntrein, dan heb je al een heel goede verbinding in het midden van Nederland naar Berlijn toe, maar ook naar Schiphol”, aldus Willems. Volgens hem moet dat er in de toekomst zo uit gaan zien:

 

Wethouder Frits Rorink (Deventer) ziet dit plan van wethouder Wim Willems (Apeldoorn) echter niet voor zich. Hij denkt dat het idee vooral een ideaalbeeld is. “Er moet heel wat water door de IJssel gaan voordat het plan van Apeldoorn realiteit wordt.” Volgens hem is station Deventer ook een goede kandidaat als stopplek in de regio, omdat het station gunstig ligt op de treinlijn Zwolle-Arnhem. Hij ziet dit echter niet als een garantie voor de toekomst, maar hoopt wel dat er al veel tijdwinst valt te behalen wanneer de locomotiefwissel bij Bad Bentheim  is en dat op die manier Deventer gewoon een aankomst en vertrekplaats blijft voor de Berlijntrein.

 

Deventer hoopt in ieder geval dat het niet wordt overgeslagen: “Ik zou het zeer betreuren en zou er alles aan doen om dat te voorkomen, want die trein vormt samen met de Intercity’s en andere Europese treinen die langs station Deventer komen een belangrijk onderdeel voor de bereikbaarheid van Deventer, maar ook van het hele achterland dat wij hier hebben.” Daarom pleit Rorink ervoor dat de landelijke regering goed in gesprek blijft met de gemeenten: “Den Haag heeft ons ook nodig, omdat wij uiteindelijk op de zeepkist staan als wethouders om het overslaan aan onze inwoners te verantwoorden.”

Onderstaand is te zien dat Apeldoorn inderdaad kruist met de snelwegen A1-A50 en dat Deventer een kruising kent van de lijn Amsterdam-Hengelo en Zwolle-Arnhem-Nijmegen.

Voor wethouder Gerard Gerrits (Hengelo) is het niet de grootste ramp als gemeente Hengelo zou worden overgeslagen. Voor hem gaat het erom dat de regio Twente goed bereikbaar blijft “Het gaat erom dat de regio een stop heeft waar mensen goed kunnen opstappen richting hun eindbestemming”, legt hij uit. “Die aansluitingen en die verbinding voor de regio, dat is echt van wezenlijk belang.” 

Wethouder Annette Wolthers (Hilversum) denkt zelfs dat station Hilversum prima zonder stop kan. “Zolang de treinreiziger uit Hilversum maar met een overstap ook sneller in de Duitse hoofdstad kan zijn”, legt wethouder Wolthers uit. Voor haar zijn de binnenlandse verbindingen op de Gooilijn (Hilversum-Amsterdam en Hilversum Amersfoort) en de verbindingen met boekenstad Deventer en Enschede/Oldenzaal belangrijker.

In Amersfoort wil Wethouder Hans Buijtelaar vooral een goede verbinding met Amsterdam. In Amersfoort wonen namelijk veel mensen die in Amsterdam werken. Een goede verbinding is volgens de gemeente cruciaal. “Als je dat niet met de trein kunt oplossen, ja dan zit je met zijn allen straks op de A1 en dat wil je ook niet.”

Ook de gemeente Amsterdam vindt het belangrijk dat de reistijd naar Berlijn vermindert en zegt dat het voor hen “prioriteit” heeft.

Bereikbaarheid; dat is de voornaamste reden waarom gemeenten hun eigen station willen behouden. De gemeenten Apeldoorn, Deventer en Hengelo willen zich niet te veel uitspreken over hoeveel stops er dan wel uit zouden moeten, maar wethouder Buijtelaar (Amersfoort) durft toch al een inschatting te maken. “Nederland is niet zo groot en Duitsland is veel groter. Je moet denk ik wel drie of vier stops uiteindelijk uit het traject halen om tijd te winnen. We hebben er nu zeven in Nederland.”

Gemeenten willen wel een versnelling van de trein, maar ze willen vooral de regio beter verbinden. Dit valt Tweede Kamerlid Suzanne Kröger (GroenLinks) ook op. Die twee doelen lijken elkaar tegen te werken. Als een snellere trein betekent dat het station wordt overgeslagen van de betreffende gemeente, dan zijn ze er toch op tegen dat dit gebeurt. De snelheid en bereikbaarheid van de trein smelt steeds meer samen, terwijl het toch om heel andere dingen gaat en daar moeten we wel op letten volgens Kröger.

Een oplossing voor het overslaan van haltes zou een vervangend binnenlands product kunnen zijn. Dit product kan waarschijnlijk alleen tot stand komen wanneer de overheid zich daarmee bemoeit. Als er dan aan Duitse en aan Nederlandse kant stations worden overgeslagen, ben je straks minstens 45 minuten sneller in Berlijn.

Daarom roept Kröger op dat die twee sporen heel duidelijk in kaart gebracht worden. “Dat die trein een functie heeft voor de regio om steden in Nederland en Duitsland met elkaar te verbinden, maar daarnaast ook dat we die hele snelle verbinding met Berlijn willen”, legt ze uit. “Ik wil de minister verzoeken: maak nou die knip.”

Momenteel ligt er geen plan klaar en blijft het bij overleggen. Tot die tijd is het voor de aanliggende gemeenten afwachten tot er keuzes gemaakt worden.

Dit verhaal is geschreven door Josefien Matulessy

Suzanne Kröger, Tweede Kamerlid Groen Links

© Josefien Matulessy